De Schotse klik is een van de vroegst herkenbare houten stokken die in de Republiek in de zeventiende eeuw in gebruik waren. In tegenstelling tot de Hollandse colf, die uit één stuk essenhout werd gezaagd en werd verstevigd met een loden slof, bestond de Schotse klik uit twee afzonderlijke houten delen: een slanke essenhouten steel en een palmhouten of buxushouten kop. Deze onderdelen werden met schuin afgesneden vlakken aan elkaar gehecht, verlijmd en vervolgens met draad omwikkeld om de verbinding extra stevigheid te geven. Vaak werd in de achterzijde van de kop lood aangebracht om het slaggewicht te vergroten, waardoor de klik bijzonder geschikt was voor het slaan van de met veren gevulde pennenbal, die in zowel Schotland als Holland in gebruik was.
De klik werd in Holland bekend door een beschrijving van Johannes Six van Chandelier, die in een gedicht melding maakt van een slanke houten club van palmhout met loodvulling. Zijn woorden sluiten nauw aan bij de materiële kenmerken van de klik zoals die later zijn teruggevonden, onder meer in een Leidse archeologische vondst van rond 1650. Die vondst bevestigt dat dergelijke Schotse clubs daadwerkelijk in de Republiek circuleerden. Ze werden vermoedelijk meegebracht door Schotse studenten, handelaren en soldaten die in de zeventiende eeuw in groten getale in Holland verbleven dankzij de culturele, religieuze en commerciële banden tussen beide gebieden.
De Schotse klik werd daarnaast prominent afgebeeld door schilders als Hendrick en Barent Avercamp, Jan Steen, Adriaen van de Velde en Gesina en Gerard ter Borch. In hun wintertaferelen zien we spelers die de pennenbal vanaf een klein hoopje sneeuw – het “druifje” – met de karakteristiek slanke houten club weg slaan. Deze schilderijen behoren tot de vroegste visuele getuigenissen van het Schotse golfmateriaal en tonen dat de klik in Holland een volwaardig alternatief vormde naast de traditionele loden colf.
De Schotse klik vormt daarmee een fascinerende schakel tussen de Hollandse colfcultuur en de vroege ontwikkeling van het Schotse golfspel, waarin technieken, materialen en spelers elkaar beïnvloedden.
Uit: Comentarios de lo sucedido en las guerras de los Paises Baxos desde el ano 1567 hasta el de 1577, door Don Bernardino de Mendoza. Madrid, 1592.
In deze beschrijving komt een passage voor met betrekking tot een poging van Spaanse troepen onder bevel van Don Fadrique de Toledo (zoon van de hertog van Alba) om na het beleg van Naarden via de bevroren Zuiderzee de blokkade met schepen (bij Pampus) voor Amsterdam te breken. (December 1572)
Vertaling:
Het was nu in het hartje van de winter en de Zuiderzee was bevroren, en daarom besloot men naar Amsterdam te gaan om de met geschut bewapende schepen te verbranden waarmede de rebellen den toegang afsloten. Men meende dat dit heel wel mogelijk zou zijn omdat de zee was dichtgevroren, en daarom werd Francisco de Aguilar Abarado, sergeant van kapitein Martin de Eraso, met enige soldaten op verkenning uitgezonden.
De rebellen trokken hen tegemoet, waarop Don Fadrique versterking zond onder bevel van kapitein Rodrigo Rérez. Nu bemerkten de Spanjaarden dat de rebellen rondom de schepen het ijs hadden stukgehakt en zo als 't ware een brede gracht om de schepen hadden gemaakt. Van de schepen, zowel als van de dijken schoot men op onze soldaten, die aldus op het ijs moesten vechten en dan nog wel op ijs dat tot een handpalm hoogte met sneeuw bedekt was.
Onze mannen hadden een soort van ijzeren beslag aan de voeten gedaan zoals dit in de Nederlanden gewoonte is als men over ijs gaat. Dit bestaat uit twee zeer scherpe ijsnagels die aan een ijzeren plaatje zijn bevestigd, en deze plaatjes bindt men onder de voeten zodat men over het ijs kan lopen en op het ijs kan vechten zonder uit te glijden.
Zie: Dr. Joh. Brouwer, Kronieken van Spaanse soldaten uit het begin van den tachtigjarige oorlog. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1933 (p. 222)
Merk op dat in het gedicht van Six van Chendelier sprake is van een 'schotse klik'. In tegenstelling tot de traditionele houten slagstokken met een loden slof bestaan de zogenoemde 'Schotse klieken' geheel uit hout. Zijn zijn in groten getale in de Lage Landen ingevoerd vanuit Schotland.
Secundaire literatuur over het werk van Johan Six van Chandelier:Opstellen aangeboden aan Mr J.R. de Groot bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden. Leiden, Bibliotheek der Rijksuniversiteit, 1983. Opstel: Contouren van een collectie. Jan Six van Chandelier als lezer en gebruiker van boeken door M.A. Schenkeveld - van der Dussen, p. 261 - 171.
Sinterklaasfeest (ca. 1668) van Jan Havicksz. Steen (Leiden, 1626 (...?) - Leiden, 1679)
De jongen op de achtergrond toont trots zijn Sinterklaascadeautje: een Schotse kliek en een leren bal. Geschilderd in opdracht van een protestantse opdrachtgever (vergelijk met de uitbundiger versie voor een katholieke opdrachtgever)
Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam
Literatuur
• 2013, kunst van het opvoeden, Fila, Jack, p. 88, afb. 10 en p. 89-90 tekst • 2013, Vormen van verdraagzaamheid : religieuze (in)tolerantie in de Gouden Eeuw, Eck, Xander van, p. 75-77, afb. 52
• 2009, Sint-Nicolaas en het sinterklaasfeest in de beeldende kunst en op centsprenten, Gerssen, Frits R., p. 26, afb. 47
• Golf, the true story by Michael Flannery
• Schotse kliek door Yvonne van Amerongen (http://www.colf-kolf.nl/documents/2017-%20schotse%20kliek.pdf)
• 'Schotse kliek', een bijzondere vondst in de Leidse bodem door Do Smit Download • Afbeelding in groter formaat (zie bijlage; tif, 18.0 MB)
Adriaen van de Velde, Wintergezicht bij de Grote Sluis te Spaarndam - 1668
Titel: De Kamper raad op het ijs
Herkomst: The National Gallery, Londen Artiest: Adriaen van de Velde
Datering: 1668
Techniek: Olieverf op paneel
Afmeting: 30,3 x 36,4 cm
Bijzonderheden: Let op de colfspeler met de Schotse kilt en de Schotse klik. Dat is dus een Schotse koopman. Aan de horizon zien we een windmolen en een gezicht op Haarlem met de Grote Kerk, gezien vanaf Spaarndam langs de Spaarne.
Door Adviesbureau IDDS bv opgegraven uit de '3e vulling' van een waterput op de hoek van de Groenesteeg en het Lakenplein te Leiden. Op grond van nevenvondsten wordt de kliek archeologisch gedateerd in de periode 1650 - 1750.
Bij de Hollandse Meesters uit de Gouden Eeuw is een dergelijk kliek een aantal keren afgebeeld in de periode 1600 - 1700; bij enkele epigonisten zelfs tot 1750.
Het gedicht 's Amsterdammers Winter van Johan Six van Chandelier, waarin een Schotse kliek (klik) wordt beschreven, dateert uit 1657.
De slof bevat drie boorgaten door en door, die zijn opgevuld met loodstiften van ca. 5 mm doorsnede. In de rechter flank van de slof bevindt zich een rechthoekige uitsparing waar waarschijnlijk lood in gezeten heeft die door de loodstiften vast werd gehouden.
Totale lengte van het artefact: 24 cm. Lengte van de zool: 17,5 cm (en dus beduidend groter dan een lood/tinnen slof). Grootste breedte: 7,1 cm.
De slagzijde vraagt om een rechtshandige speler en maakt een hoek van 95° met de zool (zodat de bal een lift krijgt bij de slag). De stok is bevestigd onder een hoek van 125° - 130° met de zool (zodat aangenomen moet worden dat de stok iets langer is dan van een lood/tinnen stok en met een Schotse kliek verder van het lichaam wordt gespeeld. Afbeeldingen lijken dit te bevestigen.).
De kliek vertoont weinig gebruikssporen. Op de aanhechtingsplaats voor de stok zijn touwafdrukken zichtbaar