Wapenschild, Boskoop, St. Eloyen Gasthuis. Ca. 1886

Merkwaardige 'wapenfeiten'

Op de jaarvergadering van 1888 besloot de Kolfbond een kist aan te schaffen voor het vervoer van de wapenschilden van de gemeenten en provincies met een kolfclub. Met deze schilden werden bij officiële bijeenkomsten de zalen opgeluisterd. Tijdens het kampioenschap van 1903 trok het wapen van nieuwe bondslid kolfclub 'Utrecht St. Eloyen Gasthuis' alle aandacht.

In 1919 bleken de wapenschilden in dusdanige staat te zijn, dat op de jaarvergadering van de kolfbond in Goes is gesteld: 'De schilden zijn zeer en zeer slecht, opruimen, ze zijn slechts het verbranden waard'. Omdat niemand daartegen in opstand kwam, is aldus besloten.

Het heeft er alle schijn van dat een gildebroeder van het St. Eloyen Gasthuis de wapens van de brandstapel heeft gered.

Maar vermoedelijk bedriegt ook hier de schijn. Op foto's van ruim voor het brandstapelbesluit hingen er al duidelijk 'kolfschilden' op de kolfbaan van het gasthuis. Volgens een verslag in de 'Nederlandsche Sport' van zaterdag 30 januari 1904 waren die wapens door 'den heer G.A. Vermeer artistiek geschilderd'.

Verder vermelden de ordonnantieboeken (vgl. notulen) van het St. Eloyen Gasthuis op 3 april 1907, dat gildebroeder G.A. Vermeer de door hem gegeven wapens een week zou willen lenen. De huismeester, is de voorzitter van de zestien regenten die het gasthuis besturen, zei er niet over te kunnen beschikken, omdat ze van de kolfclub waren. Niemand was er tegen en de voorzitter van de kolfclub, gildebroeder C.F.H. Klokke, ging akkoord als de booi (vgl. bode) maar werd geïnformeerd dat de wapens zouden worden opgehaald. De kolfschilden kwamen blijkbaar terug en sieren, in 1986 opgeknapt door gildebroeder Cees Bouter en zijn echtgenote, nog steeds de kolfbaan in het gasthuis aan de Boterstraat te Utrecht.

Foto's: Jhon Koopman

Bron: Cees van Woerden in 'Kolven, het plaisir om sig in dezelve te diverteren' (pagina's 47 en 48); dit boek is digitaal beschikbaar op deze website.