Wandtegel, groep 4B
Tegel met afbeelding van het kolfspel, zeventiende eeuw
Uit: Het Dordtboek 1200-2005:
Het kolfspel was, naast kaatsen en klootschieten, lang een van de populairste volkssporten. Het kwam voort uit colven, waarbij ballen met een stick over lange afstand moesten worden weggeslagen. De sport verplaatste zich aan het begin van de achttiende eeuw naar korte, overdekte banen, die meestal bij herbergen werden aangelegd. Daar laafden de beoefenaars zich niet alleen aan het kolfspel, maar ook aan een drankje en een praatje.
De sport, hoewel algemeen, had een zeker elitair karakter. Liefhebbers kwamen veelal uit kringen van de schutterijen en hogere stand.
Het spel werd gespeeld met zware, zuiver ronde ballen, gevuld met sajet, een garen van ongekamde wol. De kolf, het slaghout, zag eruit als een hockeystick. Doel van het spel was het slaan van de bal tegen twee palen, die vijftien meter uit elkaar op een vlak lemen speelveld stonden. Het veld zelf was minimaal twintig bij vijf meter groot en had een houten boarding.
Er moeten in Dordrecht meerdere kolfbanen zijn geweest, zoals bij sociëteit De Vrijheid aan het Steegoversloot. De leden, alleen heren, betaalden minimaal tien gulden per jaar om er te mogen lezen, biljarten, kolven en -later- kegelen. Ook tussen het latere Scheffers- en het Statenplein was een kolfbaan, natuurlijk bij een herberg. Vermoedelijk is daar de naam Kolfstraat aan ontleend.
De Nederlandse Kolfbond bestaat nog steeds. De sport wordt nog steeds voornamelijk in de kop van Noord-Holland beoefend.
Museum mr. Simon van Gijn, Dordrecht.