Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi? 1913
Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi?
Wijze: Gij schitterende kleuren van Nederlandsch vlag
Waarom toch, Oosthuizen, op heden zoo mooi?
Waarom, als ten feest, uw kledij?
Waarom u gehuld in rood-wit-blauwen tooi?
Waarom lacht uw aangezicht zoo blij?
Hoe! roept ge verwonderd, is dat nu een vraag?
Weet ge niet, wat ’t groote feit is hier vandaag?
Daarom het gezicht in de feestelijke plooi
’t Gezicht in de feestelijke plooi
Uit vele gewesten van ’t lief Vaderland
Trok menig ten wedstrijd hierheen
Wij drukken met warmte elkander de hand
Als broeders, in ’t kolfspel steeds één
Wij slaan onzen blik met genoegen in ‘r rond
En juichen, ’t Gaat goed, onze bond is gezond
De minnaar van ’t kolfspel, de echte verscheen
De minnaar van ’t kolven verscheen
Wij zweren plechtstatig bij drie keren V
Bij Vroolijkheid, Vrienschap en Vree
Wie aan dezen plechtigen eed niet doet mee
Keer gauw maar weer naar d’eigen stee
Geen woord van verbolgenheid store de pret
Een nurks, die op deez’ of die fouten hier let
Hij is onze kolfbroeder gansch niet, o nee
Hij hoort niet tot d’onzen, o nee!