Vormverandering colfsloffen 16e en 17e eeuw
Hoewel de afname van colfsloffen voornamelijk gebonden was aan plaatselijke leveranciers (metaal- en/of houtbewerkers) kan toch gedurende de zestiende en de zeventiende eeuw een vormverandering worden vastgesteld. We nemen aan dat de nieuwe colfspelers zich bij het bestellen van het spelmateriaal graag lieten inspireren door het spelmateriaal dat in gebruik was bij de sterke spelers, zodat langzaam en met grote regionale verschillen is toegewerkt naar de 'meest ideale colfslof'.
Diana Mertens, verzamelaarster van tin:
De vroege kolfsloffen hebben een gebogen bovenvlak, later krijgen de sloffen een driehoekige doorsnede.
Robin Bargmann: Uit iconografisch onderzoek blijkt inderdaad dat de vorm van de kolfslof in de loop der tijd veranderde. Wat bleef is dat de ‘met bly vezwaarde esp’ uit één stuk werd gesneden/gezaagd en niet gebogen. Wat ik zie is dat oude kolfsloffen (16e eeuw) vrij recht toe recht aan zijn met een driehoekige vorm (voor plat achter licht bollend onder recht). Zie de stokken uit het Biddinghuizer kolfschip. In de 17e eeuw begonnen de stokken in lijn met de welvaart een meer sierlijke vorm te krijgen met een hogere punt en versiering. Maar in de basis bleven deze min of meer hetzelfde. Helaas zijn deze beschrijvingen nog onvoldoende gespecificeerd om tot een min of meer correcte datering en gebruiksplaats te komen. Er is nog veel onderzoek te doen!