Verzuchting van een oud-kolver. 1912
Verzuchting van een oud-kolver
Wijze: O dierbaar plekje grond
O, toen ik nog jong was
Kwam het mij nooit onpas
Om uit te gaan
Het kolven was mijn lust
En ik had nooit geen rust
Die vlam kon niet gebluscht
Dan in de baan
Mijn vrouwtje zeide dan
Och, moet jij, lieve man
Er weer van door?
Die kolfbaan is een kruis
Ik bleef maar liever thuis
Dan maak je geen abuis
Ik ben daar vóór!
Neen, zei ik, lieve vrouw
‘k Ben drommels graag bij jou
Maar o, die baan
Jij blijft niet lang alleen
Ik ga maar even heen
Want ik moet maar alleen
Een serie slaan
Ik sloeg met kracht de bal
Een poedel? Ben je mal!
Die sloeg ik nooit
Meest twaalven sloeg ik toen
Dat kon ik toen best doen
En was frisch als een hoen
En nooit verstrooid
Nu ben ik oud en stijf
En ’t eedle kolfbedrijf
Ken ik niet meer
Een twaalf? Geen sprake van
Het hoogst een zeven, man
En dikwijls komt het dan
Op ’n poedel neer
Mijn vrouw zegt menig keer
Ben jij geen kolver meer
Moet jij niet heen?
Moet jij geen twaalven slaan
En series maken gaan?
Ben ik dan nu voortaan
Niet meer alleen?
Ja, zeg ik, lieve vrouw
Ik blijf voortaan bij jou
Want ’t kolfspel is
Voor mij nu afgedaan
Ik kan geen twaalf meer slaan
Ik hoor niet in de baan
Dat is gewis
’t Is alles ongeluk
Dan sla ‘k de kolf aan ’t stuk
Het is een kruis
En nooit een mooie bal
Een zeven bijgeval
Dus vrouw! Ik weet het al
‘k Blijf liever thuis
Verzuchting van een oud-kolver
Wijze: O dierbaar plekje grond
Alkmaar
1912