Verzuchting van een oud kolver
Verzuchting van een oud kolver
Wijze: Henri's drinklied
Toen ik jong was, vond ik kolven
Toch zoo'n frisch en heerlijk spel,
Maar, - bij vrouwlief, bij mijn Grietje
Was het niet zoo zeer in tel;
-
'Iedre keer
'Moet je weer
'Naar die kolfbaan' zei ze vaak dan:
'Is dat nu je liefste taak man?
'
'k Weet wel wat ik liever wou:
' 's Avonds thuis zijn bij mijn vrouw!'
Ja, zei ik dan: 'beste Grietje!
' 'k Ben zoo drommels graag bij jou!
'Maar, - het kolven is zoo heerlijk
'Dat je 't niet gelooven zou:
'Twaalf, hoezee!
' 'k Juich dan mêe
'Poedel sla ik nooit mijn leven
'En een slechte slag is zeven;
'Vrouw! ik zal nog even gaan,
'En een mooie serie slaan!'
'k Ben nu oud, - stram zijn mijn leden
't Kolven is nog wel in tel,
Maar mijn vrouw vindt dat ik weinig
Spreek van 't eedle mannenspel;
'Zeg eens Piet
'Moet je niet
'Weer eens twaalven slaan en elven!
-
'Als ik U was, 't spreekt van zelve
'Dat ik niet versuffen wou
'Iedren avond bij mijn vrouw!'
Ja, zoo spreekt mijn beste Grietje
Maar ik zeg dan: ' 't zal niet gaan
'Want het is niet meer zoo prettig
'Als ik meedoe in de baan;
'Ongeluk
'Kolf aan 't stuk
'Poedel, één, twee, hoogstens zeven
'Twaalf of elf nooit van mijn leven,
'Iedre keer een nieuw abuis:
'Vrouw! ....'k blijf liever bij je thuis.'
Bron: M.D. Kalker, Do Smit