Verslag als brief. 1918
In 1918 ontstond kennelijk een tekort aan ballen en een goede reparateur was ook moeilijk te vinden. De heer Spuijbroek, secretaris en de Kolfbond ging op onderzoek en leverde het volgende verslag:
Aan het Hoofdbestuur van den
Nederlandschen Kolfbond.
Utrecht, den 20 Sept. 1918.
Mauritsstraat 31.
Waarde Kolfbroeders,
Toen mij in het laatst van 1917 werd opgedragen een onderzoek in te stellen naar een opvolger van wijlen den heer L.M. van der Laar, in leven Mr. Behanger en Kolfballen fabrikant en reparateur te Gouda (Markt A 47, later Kattensingel), had ik niet gedacht zoolang met mijn rapport behoeven te wachten.
Een onderzoek bij de familie van den overledene en bij diens notaris, Mr. Pitlo, gaf weinig licht, al bood de dochter van Dr. P. de Boer, arts te Gouda, tijdens de ziekte van haar vader, ook hare vriendelijke tusschenkomst.
De heer van der Laar deed het werk zelf en had daarbij geen hulp. Een opvolger in de zaak is er niet. Nog nadere nasporingen naar alle richtingen bleven vruchteloos. Alleen had eene nicht van den overledene de vriendelijkheid om wat er overgebleven was, mij te doen toekomen, nl. een nijptangetje, een klein stukje fijn koperdraad en een paar kleine reepjes leer, welke na den oorlog wellicht als monster kunnen dienst doen.
De noodige wol of sajet werd door hem besteld bij den heer Scherpenzeel te Veenendaal en de stukken leer bij de firma J. Beuns en zoon in de Kalverstraat te Amsterdam.
Bij de onderzoekingen te Gouda door den heer D. Tiemeijer, werktuigkundige te Koog aan de Zaan, is een oude knecht ontdekt van den reeds lang (plm. 1902) overleden behanger H. van Baarzel.
Deze, genaamd G.N. van Hooff, Mr. zadelmaker Kleiweg te Gouda, heeft voor de Koog een zestal ballen overtrokken. Het laat zich aanzien, dat hij de in langen tijd niet beoefende kunst, wel weer zal aanleeren. Althans de laatste ballen zijn goed overtrokken. Het leder is wel zwart of donkergrijs, maar de ballen loopen goed. Het oude materiaal is niet meer te verkrijgen.
Hoogachtend,
De Secretaris:
A.P.L. SPUIJBROEK
Bron: Mark Aberkrom.