R.O. Nauta, Album amicorum van Aen (Arend) en Haye Mulder. 1783

Album amicorum uit 1783 van Aen (Arend) en Haye Mulder, kasteleins van het studenten-koffiehuis annex kolfbaan de Boniastins te Franeker.

Het is meer een gastenboek dan een vriendschapsboek en behoorde ooit toe aan de kasteleins van het ‘Studentenkoffijhuis en kolfbaan’ te Franeker. Deze ‘studentensoos’ had zijn onderkomen in het Botniahuis en later in het Dekemahuis.

De uitbaters Aan en Haye Mulder hebben in de periode 1783–1808 een groot aantal bezoekers – zowel studenten als professoren - gevraagd om iets in het album te schrijven. Het resultaat is een album met 169 bijdragen.

Hier is weergegeven: het titelblad, geschilderd door de rechtenstudent R.O. Nauta, met de attributen van het kolf- en het biljartspel. Randschrift:
De weereld is een speeltoneel,
elk speelt zijn rol, en krijgt zijn deel
R.O.N. anno 1783.

Inhoudelijk kenmerken de tekstjes zich door een schalkse en studentikoze vrijmoedigheid. Vriendschap, wijn en tabak worden meer bewierookt dan de lust om te studeren. Student Sminia vatte het kort samen: ‘Bier, tabak en mallega, bruikt men veel op Botnia.´ Student P. Greijdanus was nog wat explicieter: ‘Een kaartje te speelen in plaats van studeeren, / Libros vendre en ’t geld te verteeren, / een nachtje te tiktakken of te verkeeren, / Zou ook een ezel zoo niet willen leeren?’ / C.A. Chais maakte het nog wat bonter met: ‘Diogenes, de wijze / die woonde in een vat / hieruit kan men bewijzen / Dat wijsheid woont bij ’t nat. ‘/Student Adama deed er niet voor onder: ‘Die niet van Zuipen en van Swelgen willen horen / dien zien de Waarden liever agter als van vooren.’ Jacobus Scheltema hield het kort: ‘Het beste dat men heeft, is dat men vrolijk leeft.’

De bijdragen zijn hoofdzakelijk in het Nederlands geschreven en ook de namen van de auteurs verraden een Nederlandse herkomst. Het versje van student Haitsma verwijst echter naar een Friese afkomst: ‘Altijd Aan zil ik dij verklerje / al woor ik dan aek nog za aod / En wat kinsstou meer begerje / De beste hospes vin de wraod./ Hij voegde er aan toe ‘Het is mei sissen naet te dwaen’. Daar was student Nauta het blijkbaar mee eens want hij dichtte: ‘Veel woorden is maar stront / leef gelukkig en gezond.’

Op 10 van de 169 pagina's wordt in de handschriften gerefereerd aan het kolfspel. Hieronder een voorbeeld:

Een kolfbal door de kolf gedreeven

Die ziet men heen en weder zweeven

Die hier mee dagelijks houdt zijn tuijel (= gewone gang, sleur)

Zal't geld niet schim'len in de buijl (= buidel, portemonnee)

J.v.d.Veen

Franeker

d. 4. Jan. 1785

Symb.
regt door zee

Dit schreef ter gedachtenis J.G. Manger (ms. Menger?)

aan zijnen vriend A. Mulder

bewoner van het Grand Caffé Royal

Literatuur: Een kolfje naar zijn hand. In: De Tweebakstrommel, 13e jaargang, no. 10, december 1982, blz. 47-51.

Tresoar, Leeuwarden (Alba Amorica, HS1097)

Bron: Germ Gjaltema, Dirk Spijker

Literatuur

• Serendipity on Early Golf van Robin Bargmann, pagina 103. 2010. ISBN 978-90-816364-1-4