Revue der sporten. 1909

Op 8 september 1909 wijdde het tijdschrift 'De Revue der Sporten' een artikel aan het kolfspel. Hoewel het verhaal een groot aantal onnauwkeurigheden bevat (Van Hengel, Brongers en Van Woerden hadden nog niet gepubliceerd!), geeft de sfeertekening toch voldoende reden om dit op te nemen in deze tentoonstelling.

De tekst luidt:

PRAATJES EN PLAATJES OVER HET KOLFSPEL

Wanneer er sprake is van echte nationale takken van sport, dan behooren wel in de eerste plaats genoemd te worden het drietal geliefde volksspelen: kaatsen, kegelen en kolven.

In onderstaande regelen willen wij trachten een en ander te vertellen van de laatste van het edele drietal, het oud, mooie kolven. Want oud is het kolfspel - eeuwen terug vinden we het kolven als zeer geliefde ontspanning. Trouwens in die tijden stonden de verschillende balspelen in hooge eere.

Speciale kolfbanen, zooals wij die in onzen tijd aantreffen, hield men er in de Middeleeuwen echter niet op na. Ge zult niet licht raden, geachte lezer, waar toen 'mitter colven' geslagen werd. Men beoefende het spel te dien tijde op de kerkhoven en in de kerken.

In de 16e en de eerste helft der 17e eeuw vond men deze speelplaats zeker toch wel wat vreemdsoortig, want hoe langer hoe meer werden er 'keuren' gemaakt door de stedelijke regeeringen, waarbij het verboden was 'gedurende de predikatie op de kerkhoven eenig getier te maken met rasen, met kolven, dobbelen, kaatsen enz.'. Ja, zelfs hadden in de 15e eeuw de kloosterlingen in de Nes te Amsterdam, waar destijds zeer veel kloosters stonden, hevig geklaagd over het kaatsen, kolven en meer balspel - en werden op die aanklacht door de Amsterdamsche vroedschappen strenge keuren uitgevaardigd. 't Uitbrengen van die verbodsbepalingen had echter niet veel succes, want zooals ik reeds opmerkte, waren de balspelen nu eenmaal zeer geliefd bij het volk, en liet men zich niet gemakkelijk beperken in de uitoefening van de beminde spelen.

Oorspronkelijk was het kolven een kinderspel, dat op ijs of op de marktpleinen met houten stokken en ballen werd gespeeld. Langzamerhand vonden de ouderen het spel zeer interessant, en weldra nam het kolfspel onder de volwassenen naast het kaatsspel een voorname plaats in.

Geliefd werd het spel bij oud en jong, bij arm en rijk. De minder gegoeden bleven het spel beoefenen op pleinen en straten, de deftige burgers lieten 'speciale banen' ter beoefening van het spel aanleggen. Toch waren in den beginne de zoogenaamde 'kolfbanen' zeer primitief. 't Waren vierkante of langwerpig afgeschutte perken, waarvan de grond met schelpen bestrooid was. Een paar dunne palen bevonden zich in de baan. Ook het speelgereedschap was nog uiterst gebrekkig: een vierkante houten klik aan een stok was de kolf, waarmede een lichte haren bal werd voortgeslagen.

Een groote verbetering in speelruimte- en speelgereedschap werd aangebracht in 't einde der 18e eeuw. En 't kolven zooals dat thans nog wordt gespeeld, dateert uit dien tijd. De kolfbanen werden zorgvuldig gevloeid met een vasten laag, en van boven overdekt, zoodat de langwerpige loodsen ontstonden, die men thans onder den naam 'kolfbaan' nog zeer talrijk in Noord-Holland aantreft.

Ook de ballen ondergingen een groote verandering. De haren bal werd vervangen door den sajetten kolfbal. Zoo'n bal, 8 à 10 cM in doorsnede, heeft meestal een kleine elastieken kern, die weder met sajet stevig omwonden is, totdat de bal de verlangde grootte heeft bereikt. Daarna worden zij met een geitevelletje bekleed, dat er stevig met koperdraad om wordt genaaid.

De houten 'klik' onder aan de kolfsteel werd vervangen door een stevige koperen, terwijl de dunne kolfpalen plaats maken voor zware keurig rondgedraaide palen.

In het laatst der 18e en het begin der 19e eeuw vierde het kolfspel zijn hoogtij. Toen kon men geregeld in de kolfbanen de rijke Hollandsche kooplieden en de welgestelde boeren aantreffen. De jas uitgetrokken, de hoed op het hoofd, de lange Goudsche pijp dwars in den mond, zoo was het type van den echten ouderwetschen kolver. 't Kolven was een 'voornaam' kalm spel.

Doch in den loop der 18e eeuw geraakte het spel in verval. Vooral het biljart trachtte het spel te verdringen, en werkelijk kwam de tijd, dat er kolfbanen gesloten werden, en de 'kastelein' zijn kolfballen verkocht aan een ander.

Op deze reactie is echter in den loop der vorige eeuw eene herleving van het aloude geliefde balspel gevolgd. De liefhebbers van het kolfspel hebben de handen ineen geslagen, en in 1885 werd opgericht de Nederlandsche Kolfbond, die in verschillende deelen van ons land zijn afdeelingen heeft gevestigd. Telken jare houdt die bond zijn wedstrijd, waar kolvers van heinde en ver samen komen, om zich met elkander te meten. Zoodoende blijft het geliefde spel in eere. Opmerkelijk is het nog, dat vooral in Noord-Holland en Friesland de sajetballen totaal verdrongen zijn door de gomballen, welke massief gemaakt zijn van caoutchouc, met zwavel geprepareerd. In Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland gebruikt men nog bij voorkeur sajetballen.

Over de verklaring van het spel zullen wij maar geen woorden verspillen. Trouwens, 't best leert men het spel, zooals bij alles, door het zelf te doen.

Bron: Mark Aberkrom