Notificatie Amsterdam. 26 maart 1806

De transcriptie hieronder is niet foutloos, maar geeft wel een indruk van de inhoud

NOTIFICATIE.

Wethouderen der Stad Amsterdam, als daartoe voor Commissarissen uit den Raad over den Ophef van het Patentrecht, binnen deze Stad en der- zelver Jurisdictie / verzogt zijnde / doen te weeten:

Aan alle Metzelaars. / Steenhouwers. / Tegelbakkers. / Stucadoors. / Pleisteraars of Pleistergieters. / Schoorsteenvegers. / Loodgieters, Leijdekkers, Pompemakers en Yzerdraadvlegters. / Rietdekkers. / Dijkwerkers. / Gravers. / Straatenmakers en Kolfbaanmakers,

vallende in de termen van de tweede Afdeeling / van het tweede Hoofdstuk / van de Ordonnantie van Hun Hoog Mogenden / vertegenwoordigende het Bataafsch Gemeenebest / geärresteerd den 2den De- cember jongstleden.

Dat van alle de hier boven opgenoemde Bedrijven / de Baazen of Meesters, als ook alle de Gezellen, Knegts, Werklieden, en zogenaamde Opperlieden, welke bij een of meerdere Baazen van de hier boven genoemde Be- drijven / in dienst of in het werk zijn / en de Ouder- dom van twintig Jaaren of daar boven hebben bereikt, dat deze allen / tot het doen van Aanvrage / ter beko- ming van Patent / zich zullen moeten vervoegen ten Kantore van de Provisioneele Commissarissen van het voor- maalig METZELAARS, STEENHOUWERS en LOODGIETERS GILD, op de Nieuwmarkt / bij de St. Anthonies Waag / alwaar op den 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10 en 11den April aanstaande / des avonds van 6 tot 9 uuren / tot dat einde / voor genoemde Pro- visioneele Commissarissen, zal worden gebaceerb / en bij welke voor elk der gemelde Bedrijven / als ook voor de Meesters / of de Baazen en de Knegts / een af- zonderlijke Lijst gereed zal liggen / op welke een ieder / die in de Termen dezer Notificatie valt / zijn aanvraag om Patent / met de invulling van zijn Woonplaats / en het Nummer van zijn Huis / mits- gaders opgave van het getal zijner Knegts / of de Naam van den Baas / bij welken hij in dienst of werk is / zal moeten ondertekenen.

Wordende bij deze de Baazen of Meesters / van de genoemde Bedrijven / bij deze herinnerd / dat zij / op poene van Art. 4, van de meergemelde Ordonnantie / eene getrouwe opgave moeten doen / van het Getal der Knegts / Gezellen enz. die zij / twintig Jaaren of daar bo- ven oud, in hunnen vasten of permanenten dienst of werk hebben / zullende zes Maanden of meer voor een geheel Jaar gerekent worden / en worden de voor- noemde Baazen voords hermaand / om den inhoud dezer Notificatie / ter kennisse van de bij hun werkende Knegts / Gezellen enz. te brengen.

Eindelijk wordt nog bij dezen / elk en een tegelijk / het zij hij als Meester of Baas / of als Knegt / Ge- zel enz. tot de bovengenoemde Bedrijven behoort / ten ernstigste gewaarschouwd / van zich sriftelijk na den in- houd dezer Notificatie te gedraagen / en de daarbij voorgeschrevene tijdsbepaalingen in acht te neemen / als zullende na verzuim van dezelve / geene aanvrage meer voor deze Bedrijven / kunnen worden aangenomen / en ieder aan zich zelve te wijten hebben / van / door het niet voorzien zijn van Patent / zijn Bedrijf niet verder te kunnen oefenen / zullende de tijd wanneer en de plaats waar / dat de Patenten zelve moeten worden afgehaald / nader worden genotificeerd.

Aldus Geärresteerd ter Kamere van Heeren WETHOUDEREN, den 26sten Maart 1806, en Gepubliceerd ten zelven dage.

In kennisse van mij Secretaris:

H. HUYGHENS.

Te Amsterdam, ter STADS-DRUKKERIJ; en te bekomen bij W. Wijnands, achter de Beurs.

Bron: Stichting NGA Early Golf, St. Eloyen Gasthuis te Utrecht. Afbeelding: Paul Broekema