Jan Anne baron van Pallandt van Walfort, de tweede voorzitter van het NGC

Met Jan van Pallandt kreeg de nog betrekkelijk kleine Nederlandse golfwereld in 1915 een bekend figuur als voorzitter van het golfcomité. Op de oudste golffoto van Nederland, daterend van 1891, nog voor de oprichting van de eerste clubs, liet hij zich al opmerken. In gezelschap van een zestal dames en heren, waarvan sommigen een of meerdere golfclubs in de lucht houden, en twee caddies zit Van Pallandt prominent op de veranda van ‘The Old Club House’ op landgoed Clingendael. Naast hem zijn vriend Adolph Zeyger Graaf van Rechteren Limpurg, de latere echtgenoot van barones van Heeckeren van Enghuizen van de gelijknamig golfclub uit Keppel. Eind negentiende eeuw vertoefden Van Pallandt, Van Rechteren en anderen - de eerste Nederlandse liefhebbers van het golfspel - regelmatig om en nabij het eerste Haagse clubhuis. 

Van Pallandt zittend met een hondje op schoot, voor ‘The Old Club House’ (1891).

Een sportieve baron

Jan Anne baron van Pallandt werd op 22 juli 1866 geboren in Arnhem als telg uit een zeer voorname familie. Door overerving mocht hij zich op jonge leeftijd eveneens heer van de uiterst oostelijk gelegen ‘havezate’ Walfort noemen. Van Pallandt was een exponent van zijn afkomst en tijd: een nieuwe generatie adellijke jongemannen die de modieuze, veelal uit Engeland afkomstige, vrijetijdsbestedingen omarmden. Eerst en vooral was hij een liefhebber van jagen en schieten; net als veel van zijn gelijken was hij lid van NIMROD. Van Pallandt was bovendien een van de eerste Nederlanders met een ‘automobiel’ en was lid van de Nederlandsche Automobiel-Club - een voorloper van de ANWB. Tenslotte was hij lid van de Hague Golf Club en hoorde hij ook tot eerste leden van de Rosendaelsche Golf Club. Net als ieder begin was ook dat met de nieuwe sporten moeilijk in die eerste jaren. In 1893, na oprichting van de Hague Golf Club, speelde Van Pallandt met handicap 50. 

Van Pallandt voor zijn auto op landgoed Vrijland (1907).

In zijn twintiger jaren verbleef Van Pallandt veel in Den Haag, waar hij niet alleen met golf in aanraking kwam, maar ook met zijn aanstaande echtgenote: Sarah Agnes Sophie barones van Pallandt (1868-1955), afkomstig uit een andere tak van dezelfde familie. Na hun trouwen in 1896 zocht het echtpaar naar een gezonde leefomgeving voor de met een zwakke gezondheid kampende Sarah van Pallandt. Vanuit Den Haag bracht de zoektocht hen naar Arnhem en naar Huize ‘De Lunenburch’, nabij Utrecht, tot er begin twintigste eeuw een aantrekkelijk landgoed vrijkwam in het Gelderse Schaarsbergen: Vrijland. 

Vrijland

Vrijland behoorde tot de verzameling ontginningslandgoederen die in de tweede helft van de negentiende eeuw op de Veluwe waren ontstaan, waar ‘woeste’ zand- en heidegronden werden gecultiveerd door nuttiger geachte gewassen aan te planten. Aan de kaarsrechte achttiende-eeuwse Koningsweg - indertijd als onderdeel van een raster aan wegen aangelegd, zodat koning-stadhouder Willem III met een jachtgezelschap gemakkelijk het wild kan opjagen door de bossen - was op deze manier landgoed Vrijland ontstaan. Sparren, uitgebreide tuinen en kassen werden hier aangelegd, zodat verdiend kon worden aan de houtkap en er bovendien enige mate van zelfvoorziening werd bereikt. Na een brand die het huis in de as legde werd het landgoed in 1897 verkocht aan de Arnhemse baron Guillaume van Heeckeren, vader van de latere voorzitster van Golfclub Enghuizen.

Vrijland stond in die tijd niet alleen bekend om de vele jachtpartijen die baron van Heeckeren organiseerde, maar ook vanwege het huis dat hij er liet bouwen. Huize Vrijland werd rond 1900 ontworpen door het Arnhemse bureau Mulder & Van Wessen, dat ook de Arnhemse stadsvilla van de familie André de la Porte, aan Cronjéstraat 15, in dezelfde Engelse cottage-stijl had ontworpen - het tegenwoordige hotel Molendal. Toen baron van Heeckeren in 1904 zijn landgoed van de hand wenste te doen, sloeg Van Pallandt zijn slag. Het grensde immers aan bestaand familiebezit op de Veluwe en bovendien zou de frisse boslucht heilzaam kunnen werken voor mevrouw Van Pallandt.

Huize Vrijland (±1900).


Op het afgelegen Vrijland groeiden de vier kinderen Van Pallandt, onder wie de later bekend geworden beeldhouwster Charlotte van Pallandt, in grote afzondering op. Beschermd, gezellig, met veel comfort, maar weinig opwindend zou Charlotte er later over zeggen. Belangrijker voor dit verhaal is dat Van Pallandt zijn liefde voor golf een plaats gaf op het landgoed. Achter het huis, aan de zuidkant van de Koningsweg, enkele tientallen meters oostelijk van de Deelenseweg, verrees begin twintigste eeuw een golfbaan: Private Vrijland Golf Links. Dat Van Pallandt en niet Van Heeckeren deze baan aangelegd moet hebben is aannemelijk, hoewel er geen specifiek bewijs voor is. Uit niets blijkt namelijk dat Van Heeckeren liefde voor golf had. Hij was vooral en jager en hoorde ook niet tot de leden van de nabij gelegen Rosendaelsche Golf Club, wat gezien zijn status wel te verwachten zou zijn. Wie daar wel tot de leden van het eerste uur behoorde, was Van Pallandt. Rond 1909 was de baan speelklaar. In dat jaar vond namelijk de eerste wedstrijd op de ‘Private Vrijland Links’ plaats. Het landgoed was toen al vijf jaar in bezit van Van Pallandt.

Score card van Private Vrijland Golf Links (1909).

De privé-baan van Van Pallandt werd bejubeld als een van de mooiste van het land, getuige de volgende opmerking in de Revue der Sporten:

‘Over de Vrijlandsche golflinks nog het volgende. Zij zijn zeker als de beste in ons land te beschouwen, om reden het terrein - gelegen als 't is op de Veluwe - zich voor deze sport bijzonder aanpast. Hebben we in Den Haag zeer zeker prachtig aangelegde links, het heuvelachtige, met veel geboomte begroeide terrein maakt de golfsport veel interessanter, waar de bal vaak over hoog geboomte moet worden geslagen, zoodat de grens geheel onzichtbaar is.’

Het golfen op zijn privé course betaalde uit. In 1909 speelde Van Pallandt met handicap 9, een aanzienlijke verbetering van de 50 waar hij in 1893 mee startte. In datzelfde jaar organiseerde hij voor het eerst op zijn landgoed de 36 holes medalplay handicap wedstrijd om de Vrijland-beker.

Na deze eerste wedstrijd op Vrijland werd aansluitend om het amateurkampioenschap van Nederland gespeeld, dit keer op de Rosedaelsche - hemelsbreed een kilometer of vijf in zuidoostelijke richting. Van Pallandt was een van de 14 deelnemers, maar moest ondanks zijn sterk verbeterde spel na de eerste ronde van 9 holes al 23 slagen op de koppositie van Benjamin van der Mersch toegeven. In de tweede ronde was hij genoodzaakt ‘no return’ te laten noteren, waarmee zijn debuut in het kampioenschap enigszins teleurstellend eindigde.

Portet van Van Pallandt als rechtsridder van de Johanniter orde.

Van Pallandt was zeker niet de zoveelste bon-vivant die zijn tijd enkel en alleen aan zijn hobby's besteedde. Hij was een vroom Christen met oog voor zijn naasten, iets wat onder meer tot uitdrukking kwam in zijn werk voor verschillende religieuze ordes waar hij toe behoorde, waarvan de Pruisische Johannieter Orde de bekendste was. In zijn Vrijlandse periode speelde Van Pallandt een grote rol bij de oprichting van de Nederlandse commanderij van deze orde. 

Na het huwelijk van Koningin Wilhelmina met Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, een rechtsridder van de Balije Brandenburg der Johanniter Orde, was het idee ontstaan een Nederlandse commenderij te beginnen. In 1909, ter ere van de geboorte van kroonprinses Juliana, kwam het er van: de Commenderij Nederland van de Balije Brandenburg der Johanniter Orde werd opgericht. Onder leiding van prins Hendrik was het vooral Jan van Pallandt geweest die zich had ingezet om dit te realiseren. Niet verwonderlijk dat hij nog datzelfde jaar werd benoemd tot kamerheer in buitengewone dienst van de Koningin, een onbezoldigde erefunctie.

Lang werd er niet meer gegolfd op Vrijland. In 1913 deed Van Pallandt het landgoed van de hand. Baronesse Rengers werd de nieuwe eigenaar, die het op haar beurt weer verkocht aan de ‘Fathers of Mill Hill’, die er hun klooster vestigden. De golfbaan bleef bestaan, maar veel zal er niet meer op gespeeld zijn. In de Tweede Wereldoorlog viel het doek definitief voor de baan toen de Duitsers het gebied vorderden. Dat was vooral te wijten aan het nabijgelegen vliegveldje Kemperheide, dat strategische waarde had. Kemperheide werd Flieghorst Deelen en op het terrein waar ooit de Private Vrijland Golf Links hadden gelegen werd Gross Heidelager - Groot Heidekamp - aangelegd, waar de Duitse manschappen werden gelegerd.

Majoor van Pallandt

Na de verkoop van Vrijland streek Jan van Pallandt met zijn gezin in Den Haag neer, waar ze een prachtige woning aan het Lange Voorhout nummer 48 betrokken, de vroegere woning van zijn schoonzus baronesse van Loon. Het was in deze periode dat Van Pallandt militair actief werd: hij werd majoor-commandant van het vrijwillige automobielkorps dat in 1913 bij Koninklijk Besluit in het leven was geroepen, omdat er binnen het leger nog geen gemotoriseerde afdeling bestond. Nog in dezelfde maand van oprichting kreeg het korps het predicaat Koninklijk. Leden van dit korps stelden zichzelf met hun voertuig beschikbaar in geval van bijzondere gebeurtenissen, en die volgden snel. Na de mobilisatie op 1 augustus 1914 verkeerde Van Pallandt dan ook in opperste paraatheid. Dat betekende in ieder geval dat de baron dagelijks zijn militaire uniform van grijsgroen whipcord en goudkleurige metalen knopen droeg, waaraan hij in die jaren goed te herkennen was.

Met zijn terugkeer in Den Haag liet Van Pallandt zich ook weer vaker zien op het oude nest van de Haagsche Golf Club. Als aandenken aan zijn periode op de Veluwe stelde hij de vergulde Vrijland wisselbeker aan de club ter beschikking. Tot op de dag vandaag wordt hier nog steeds om gespeeld. In 1914 trad Van Pallandt toe tot het bestuur van de Haagsche. In het Oosten van het land werd hij steeds minder gesignaleerd. Secretaris Rein van Pallandt van de Rosendaelsche zag de verstuurde lidmaatschapskwitanties in 1914 en 1915 onbetaald retour komen, waarna Van Pallandt niet meer als lid van de club beschouwd werd.

Voorzitter van het Nederlandsch Golf Comité

Als bestuurslid van de Haagsche kreeg Van Pallandt in 1915 de vraag om Carel van Rappard op te volgen als voorzitter van het pas opgerichte Nederlandsch Golf Comité. Ondanks de moeilijke internationale omstandigheden stemde Van Pallandt hiermee in, waardoor hij in 1915 de tweede voorzitter van het Nederlandsch Golf Comité werd. Onder zijn bewind traden nieuwe clubs uit Noordwijk en Domburg toe tot het comité en sloot ook de Rosendaelsche Golf Club, die om nooit helemaal opgehelderde redenen in 1914 nog verstek had laten gaan, zich eindelijk aan. Het feit dat de families Del Court, bekend van de Rosendaelsche, en Van Pallandt buren waren geweest in Gelderland zal hierbij mogelijk een rol hebben gespeeld.

Van Pallandt volgt nauwlet- tend de drive van Gerard van Tets (1912).


Belangrijkste wapenfeit tijdens het voorzitterschap van Van Pallandt was echter het organiseren van het ‘1e golfkampioenschap voor beroepsspelers, uitgeschreven door het Nederlandsch Golfcomité’. Een toernooi waaraan ‘op verzoek van de Haagsche Golfclub’, waar het toernooi gehouden werd, ook amateurs met een handicap lager dan 8 mochten meedoen. De wedstrijd kreeg hierdoor ‘enigszins’ het karakter van een open nationaal kampioenschap. Dit was de eerste officiële editie van de wedstrijd die later is uitgegroeid tot het Dutch Open. Ongetwijfeld uit behoefte aan grotere anciënniteit is hier later nog de wedstrijd om het ‘Championaat van Holland’ van 1912, eveneens uitgevochten door professionals en amateurs, aan toegevoegd. 

In 1915 waren de beker, ƒ100,- en de titel ‘Professional-kampioen van Nederland’ na 36 holes en een beslissingswedstrijd tegen Kettley voor Henry Burrows van de Doornsche, hoewel Gerry del Court van Krimpen met 152 slagen de beste score inleverde. Uit handen van Jan van Pallandt kreeg Del Court een ‘kunstvoorwerp’ voor zijn buitengewone prestatie. 

Ook het toernooi dat in 1898 als ‘championaat’ voor Nederland was begonnen werd gewijzigd. In 1917 werd na schriftelijk overleg besloten dat dit amateurkampioenschap opengesteld werd voor ‘vreemdelingen’, waarmee het een open karakter kreeg. Besloten, open, nationaal of internationaal: het was duidelijk nog zoeken in de eerste jaren van het golfcomité.

In 1920 nam Jan van Pallandt afscheid als voorzitter van Nederlandsch Golf Comité. Niet veel later stapte hij ook uit het bestuur van de Haagsche en kreeg hij eervol ontslag als commandant van de vrijwillige landstorm, waaronder zijn korps ressorteerde. Het gaf hem de vrijheid om dichter bij zijn uitgevlogen kinderen te gaan wonen. Na een verblijf in Monte Carlo woonde hij de laatste jaren van zijn leven in Parijs, waar zijn drie kinderen eveneens vertoefden. In 1936 overleed Van Pallandt op 69-jarige leeftijd in Parijs. Zijn laatste Nederlandse onderkomen, aan het Lange Voorhout 48, is vandaag de dag de hoofdzetel van de Nederlandse Johannieter Orde.


(Eerder verscheen dit artikel in het boek Golfpresidenten)