I. Forrester, De evolutie van de golf swing - 2021

Evolutie van golf materiaal en de invloed op de ontwikkeling van de golfswing.

Door de jaren heen kan men een duidelijke link zien tussen de evolutie van golfbal, de invloed van de bal op de evolutie van golfclubs en de invloed van beiden op de golfswing die wordt gebruikt om met dit materiaal te spelen.

Vier duidelijke perioden kunnen worden omschreven.

  1. Feathery ball, (circa 1500- 1850). De “feathery” bal was gemaakt van stierenleer gevulde met ganzenveren, goedkoper versies waren gevuld met paardenhaar en werden vaak geïmporteerd uit Nederland. De beste vakman kon maar 3 of 4 ballen maken in een dag, dit betekende dat de ballen heel duur waren, vaak meer kostend dan een club.
  2. Gutty ball, (1848 – 1900). Deze ballen waren gemaakt van  gutta percha, een niet geharde ( gevulcaniseerde) rubbersoort. Zij waren goedkoper en duurzamer dan feathery's, en de gutty vloog even ver als de feathery. Hun komst veranderde het golfspel volledig, het spel werd nu ook toegankelijk  voor de middenklasse.
  3. Rubber core ball (circa 1899 tot 1990). Ontworpen door de Amerikaanse firma Haskell . Deze bal kon op grote schaal worden geproduceerd De bal bestond uit een zwaar binnenstuk met  daar omheen banden van elastiek, met een dunne buitenlaag (3 piece ball). Deze ball vloog veel verder dan de Gutty en maakte het spel gemakkelijker. Dit bracht weer de noodzaak met zich mee om golfbanen langer te maken. 
  4. De moderne periode (1990 – heiden) De introductie van de ProV1 bal heeft professional geholpen om 20 tot 30 meter verder te slaan, met minder spin en minder hinder door tegen- en zijwinden.

In de feathery periode werden hoofdzakelijk “ Longnose woods” gebruikt om te spelen,  waarbij drie clubs met verschillende hellingshoeken voldeden. Voor noodsituaties hadden spelers meestal een zwaar ijzer om de bal vanuit moeilijke liggingen te slaan. Dit was wel gevaarlijk omdat zo’n ijzer de dure en kwetsbare feathery gemakkelijk kon beschadigen. Clubs hadden een heel vlakke lie en de strakke kledij van die tijd beperkte de spelers in hun bewegingsvrijheid.

De swing in deze periode had aan aantal specifieke kenmerken. De spelers hielden de club in de handpalmen met de handen los van elkaar, De stand was gesloten en de swing relatief kort en vlak, omschreven in 1687 als een swingvlak dat 45 graden verticaal was. Spelers draaiden om hun as en de nadruk was om de bal veilig recht door te slaan, afstand was niet zo belangrijk. (zuinige Schotten waren bang on hun dure ballen te verliezen op de ruwe en smalle banen.)


Gutty period

Met de komst van de Gutty was de angst om ballen te verliezen (deels) verdwenen. De harde Gutty beschadigde echter de fragiele oude longnose houten clubs, en de clubs werden dan ook snel dikker en sterker gemaakt. Ijzers werden populairder, en een typische set van die tijd had 4 of 5 ijzers en 2 of 3 houten. De ‘Lie” van de clubs werd stijler, evenals  de swing. De swing werd daarbij ook langer, spelers zwaaiden bewust voorbij  het horizontale vlak en waren niet bang om hun linker arm te buigen om zodoende een extra hefboom-effect te creëren. Om de bal beter in de lucht te krijgen veranderde de stand van de voeten van gesloten in open. Tegen het einde van de Gutty tijdperk werd de moderne overlap grip geïntroduceerd en populair gemaakt door Harry Vardon.


Rubber core ball periode (circa 1900 -1990)

Rond 1900 veranderde met de komst van de nieuwe ball de vorm van houten clubs van de oude longnose modellen naar de vorm zoals wij die vandaag kennen. Spelers als Harry Vardon, Tommy Armour en Bobby Jones (zie foto onder) hebben een swing ontwikkeld die niet vreemd zou lijken op driving ranges van de PGA Tour vandaag. Het enige opvallende verschil was de neiging de club meer naar binnen weg te nemen, en een licht gebogen linker arm aan het einde van de backswing. De relatief kleine sweet spot van de clubs betekende dat het zuiver raken van de bal van groot belang was, kleine mishits had vaak grote gevolgen! De eigenschap van de ballen met hun zachte Balata buitenlaag, betekende ook dat het heel belangrijk was om de hoeveelheid spin op de bal te controleren.


Modern periode (1990 tot heden)

Met de komst van de moderne bal (vergelijkbaar met de Titleist ProV1) en de ontwikkeling van de oversize koppen op drivers is de swing veel explosiever geworden. Kracht en snelheid is het doel van alle spelers geworden. De ballen spint veel minder (en wijkt daardoor minder af) en de grote sweet spot help de ballen recht te houden. Spelers durven nu te slaan met 100% van hun kracht en afslagen van 300m zijn niet meer uitzonderlijk. 

Het gebruik van hogesnelheid video, radar tracking systemen en de toegenomen kennis van coaches van de biomechanica hebben ook een handje geholpen.