Huwelykse Voorwaarden. 1771

Huwelykse Voorwaarden, toegeschreven aan alle Huwbare Dogters binnen deze Stad. 1771. Anoniem

Uit: Het Nieuw, Klugtig en zeer Aangenaam Zingende Melk-Meisje of de vermakelyke Turf-Trapster. Zynde voorzien met de Aldernieuwste Liederen , die heedendaags gezongen worden.

Vyfde Druk

Te Amsterdam,
By d' Erve H: vander Putte, Boekverkoopster op 't Water in de Lootsman. 1771

[p. 75]

Huwelykse Voorwaarden, toegeschreven aan alle Huwbare Dogters binnen deze Stad.

Stem: Jedieze un grand kanteuzen.

KOmt hier gy jonge Meisjes /

Die naar het Huwelyk staan,

Bedenkt / en hoort een reisje /

Wat dat 'er om kan gaan /

Soo haast gy zyt verbonden,

[p. 76]

Weg is u Lieberteyd:

Het trouwen is geen zonde,

Schoon 't veel daar na wel spyt.

En heb op eens gekreegen:

Een goed man tot u deel:

Nog zyt gy half verlegen:

En anders meer als geheel /

Voor eerst zoo kan daar komen;

Binnen 't Jaar een klein /

Dan denkje al met schroomen:

Na vreugd op groote pyn.

Soo raakje blyde Moeder,

Men wenst u veel geluk /

Dan benje een behoeder /

Voor 't kind met groote druk /

Strond doeken moetje spoelen

Het kleyn heeft sig bevuilt:

Gestadig moetje woelen /

Zingen als 't kindje huild.

Gy dient ook wel te weten /

Wanneer u man komt thuys;

Dat klaar moet staan het Eeten,

Of hy maakt een groot gedr uys;

Gy meugt niet veel klappaayen /

U werk is altyd kloar /

Stoppen, lappen of naaijen /

Te wassen 't een of 't aar.

En denkje vreugd te rapen /

Snagts by u Man te bed;

Het kind en wil niet slapen /

Dan werd u rust belet /

Dan dienje wel te lollen;

Gelyk een Maartse kat:

[p. 77]

En met het kindje sollen /

Of tikken het op zijn gat,

U Man vermoeyd van 't werken /

Die slaapt 'er vast daor heen /

En snorkt als een verken /

Dat baard u ook geween:

Des morgens vroeg / wat zaken!

Moet gy ten bedde uit /

Om koffi klaar te maaken /

Of 't werk is verbruyt.

Daar is niet aan gelegen /

Als maar u Man is goed /

Maar hebt gy daar tegen /

Een Plug of dronken bloed;

Die houd van dommineeren /

Van Kaart en Koltbaan /

In Nagt-Huysen verkeeren /

Hoe zal 't dan met u gaan,

Gy zit met smert te wagten /

Eer dat u Man komt thuys /

Ja somtyds halve nagten /

Is dat geen droevig kruys /

Daar zitje vast te loeren /

Als een Uyl in doods nood /

U man somtyds by hoeren /

En dikmaals geen brood.

Wie zalje 't nood lot klagen

Beginje met gekyf /

In plaats van zoentjes slagen,

Is dat geen slegt bedryf

Kon men dan weer ontrouwen /

Wat zouje zyn verblyd /

Geen Man zo waardig houwen /

Als zoete Lieberteyt.

[p. 78]

Oorlof vrysters te garen /

Pronk met u kleeren niet /

Denkt als gy komt te paren /

Loopt menig als een slet /

Dan gaat de moet verlooren /

U vryheid benje quyt /

Daarom houd als te voren /

U zoete Liberteyt.

Bron: Do Smit, met dank aan Martine de Bruin, projectmanager van de Liederenbank van het Meertensinstituut

Download

Oorspronkelijke tekst in de bijlage (pdf, 4.11 MB)