Huldezang. 1891
Een soort 'medley' van zes strofes
Huldezang,
gewijd aan de
Kolfvereeniging 'Haarlem',
op 7 september 1891
Wijze: Die Wacht am Rhein
Heft aan! Heft aan! Een vroolijk lied,
Op 't feest dat Haarlem ons nu biedt;
Komt zingen wij verheugd en blij,
Een lied op Haarlems feestgetij.
Ons kolvershart is nu verblijd,
Wij juichen, zingen als om strijd,
Op 't feest dat ons te saam hier brengt,
Op 't feest dat Haarlem ons nu schenkt.
De strofe is in 1894 in iets aangepaste vorm hergebruikt te Bolsward.
Wijze: Eine kleine Wunderschöne.
Lang reeds hebben w'ons verkneukeld
In 't vooruitzicht van de pret,
Die ons hier in Haarlem wachtte,
In 'de Kroon' zoo flink en net.
Waar een gastvrouw ons verbeidde,
Joviaal en gul van aard,
Meer dan and'ren preutsch en deftig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!
Waard, waard, waard enz. enz.
Meer dan and'ren, preutsch en deftig,
't Bezoek van Neêrlands kolvers waard!
Wijze: Letzte Rose.
Want vriend Kooij en Poortman beiden,
Heel 't Bestuur van Haarlems Club,
En 't Societeitsbestuur niet minder,
Betoonden zich zeer flink en hupsch!
Wijze: Mirliton.
Dat ziet men hier aan alles,
Dat valt ons daad'lijk op,
Uit blijdschap over 't feest roch,
Heesch men de vlag in top.
(En men kocht een prijzental
Dat een ieder roemen zal,
En men sierde baan en zaal,
Voor 't kolffeest altemaal!) bis
Wijze: Susanna.
Ook wacht ons hier een rijtoer nog,
Door Haarlems schoone dreef,
Waarbij licht menig onzer denkt:
'Ik wou dat ik hier bleef'!
(En dan die Soirée nog,
Aan 't einde van den strijd,
Zij wekt nu onze vreugde reeds,
Zij maakt ons hart verblijd!) bis
Wijze: Wien Neêrl. bloed.
Komt vrienden, brengen w'onzen dank,
Aan Haarlems vroed Bestuur,
En al wie nog het zijne deed,
Tot vreugde van dit uur;
Komt drinken wij nu Haarlems heil,
Ons allen dier en waard,
En zingen wij: Leef Haarlem, leef!
Leef lang nog op deez' aard!! (bis)
Hiep, hiep, hiep, hoera!!
Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit
Download
Volledige tekst in oorspronkelijke uitvoering (zie bijlage; pdf, 17.3 MB)