Het Kolven (1) - 1887
Schiedam
1887
86
Het Kolven.
Wijze: De Kolfbaan is in rep en roer.
01. Wie weet er op dit wereldrond
Een spel zoo prettig, en gezond,
Zoo edel, als het kolven. (bis)
't Oud Hollandsch spel dat ons het bloed
Met kracht door d'adren stroomen doet,
En door het harte golven. (bis)
07. Komt heeren, komt, bekijken wij
Het schoone spel meer van nabij,
Met al zijn vreemde termen. (bis)
Bij elke slag een ander woord,
En, zulken, die men zelden hoort,
Men telt ze maar met zwermen. (bis)
13. Eerst wordt de 'Stoof' geïnspecteerd,
Daarna de 'Palen' afgesmeerd,
Dan hoort met 'uitslag' Heeren! (bis)
De ballen snorren door de baan,
En 'voor- en achterkolvers' staan
Hun gang te observeeren. (bis)
19. Het doet den kolver steeds pleizier,
Wanneer de ballen 'half vier',
Of op de 'Matjes' komen. (bis)
Maar komen zij slechts 'half baan',
Dan is de 'Voormaat' slecht voldaan,
De kans wordt hem ontnomen. (bis)
25. Een 'Opbal' heeft men 't liefst van al
Een 'Meisje' (mis) een gek geval,
Mag men zijn 'Maat' niet geven. (bis)
Twee palen tegelijk is kras
En 'driemaal staan' dan klinkt het ras:
Wij zullen met hem 'leven'. (bis)
31. Met hoort somtijds: 'Ik moet er uit'
Zoo'n 'Snijbal' laat, het is verbruid,
In lang niet met zich spotten. (bis)
Dat 'achterin' is toch een kruis,
Misschien breng ik ze wel 'dood t'huis',
Maar met 'n drie, vier, 'Schotten'. (bis)
37. De bal wordt soms ook 'doorgehaald',
'Onder de baan door', is bepaald
Om zich haast dood te treuren. (bis)
Het 'trekken' en het 'kolf aan stek',
Al klinkt dit laatste ook wat gek,
Ziet men toch ook gebeuren. (bis)
43. Het zij men kolft met 'gom' of 'saaij',
Niet kalm, maar woest met veel lawaai
Geen 'maatslag!' hoort men roepen. (bis)
Men zoekt een kolfje naar zijn hand
Toch zijn er met geen fraaijen stand,
Als of ze staan te p..... . (bis)
49. Het 'puntenspel' van nieuw'ren tijd,
Zal 't 'maatspel' (om gezelligheid)
Voorzeker nimmer bannen. (bis)
De meesten zijn als 'maat' veel mans,
Toch ziet men bij een strijd als thans,
Ook zenuwen bij mannen. (bis)
55. Gij Heeren die aan 't euvel lijdt
Wie weet, ook aan neerslachtigheid?
Kom, 't glas omhoog geheven. (bis)
Dat sterkt de zenuw in den strijd,
Verdrijft zelfs ook de moedeloosheid.
De Kolvers zullen leven,
Hoera zij zullen leven.
Tekstverklaringen
13 - Stoof - De stoof werd gebruikt om de kolfballen voor te verwarmen, waardoor ze sneller over de baan rolden
14 - Palen - In een kolfbaan staan aan weerszijden twee palen, die met de bal geraakt moeten worden
15 - uitslag - De uitslag is de eerste slag
17 - voor- en achterkolvers - Dit spel werd met 2 man gespeeld: een deed de uitslag en de puntenslag, de ander deed de opslag
20 - half vier - Waarschijnlijk wordt hier de positie ‘schuin voor de paal’ bedoeld, een gunstige plek
21 - Matjes - Dan moet de bal ook in een gunstige positie liggen. Misschien is de verklaring als volgt: Vroeger moesten kolfballen verwarmd worden om ze beter te laten lopen. Dit gebeurde met een stoof en op deze stoof lag een matje waarop de bal lag en zo verwarmd werd, dus had de bal een goed plekje!
22- half baan - Als de bal na de opslag halverwege de baan stil komt te liggen.
23 - Voormaat - dan betekent dat, dat de speler die de slag moet afmaken de paal van ver moet zien te raken
25 - Opbal - Een bal die na de slag direct de paal raakt, waardoor men zijn meest geliefde plek voor de volgende slag zelf mag uitkiezen (tegenwoordig een ‘aanbal’ genoemd)
26 - Meisje - Als hier inderdaad mis mee wordt bedoeld, dan is de uitdrukking ‘Meisje’ in de loop der jaren verandert in ‘poedel’
27 - Maat - Maat is hier dus inderdaad een kolfmaat, de partner in de wedstrijd
29 - driemaal staan - Driemaal in een slag wordt de paal geraakt door een speler, dus de uitklap raak, bij de opklap twee palen en bij de puntenklap weer de paal raak
30 - leven - ?
31 - Ik moet er uit - Deze uitdrukking wordt nog gebruikt: het betekent dat de bal achter de paal is geraakt en dat men ‘uit de kast’ moet slaan
32 - Snijbal - Deze uitdrukking wordt ook nog gebruikt: een snijbal betekent dat de bal slechts een kort stukje ‘in de kast’ ligt, maar nog geen echte problemen hoeft op te leveren
34 - achterin - Hoe dieper achter de paal de bal ligt, hoe moeilijker het wordt om deze nog te raken
35 - dood t'huis - Misschien gaat de bal toch nog het volle aantal punten halen
36 - Schotten - Maar gaat hij meerdere malen via de rabatten, de ‘schotten’
37 - doorgehaald - ?
38 - Onder de baan door - ?
40 - trekken - Puntenklap
40 - kolf aan stek (= kolf aan het stuk) - Met de kliek tegen de paal slaan; tot ca. 1900 kreeg men hier nog een poedel voor
43 - gom - gummi
43 - saaij - sajet
45 - maatslag - ?
46 - kolfje naar zijn hand - goed in de hand liggende kolfstok
49 - puntenspel - Het spel zoals het nu gespeeld wordt: individueel, dus niet met partner
50 - maatspel - Tot halverwege de 20e eeuw werd er nog veel met maat gekolfd. Een kolver stond bij de beneden- of voorpaal en deed de uit- en puntenklap. De ander stond bij de bovenpaal en sloeg de opklap. De koppels werden samen gesteld of door loting of beginners werden aan ervaren kolvers gekoppeld. In het laatste geval deed de ervaren kolver de uit- en puntenklap, zodat een beginnend kolver met maat soms veel mans was. Zo konden er meer kolvers tegelijk in de baan en hoefde men niet zo lang te wachten.
Toelichting op de volgende dichtregels (niet in dit lied):
- Maar komen zij slechts half baan
- dan is de voorman slecht voldaan:
- De kans wordt hem ontnomen.
Dit betekent dat de kolver de opklap tot halverwege de baan kreeg, maar niet over de helft, dus is de bal op zijn helft gebleven en hij moet dan de puntenklap doen. Daarom is de voorman slecht voldaan omdat hij de puntenklap niet kan slaan.
52 - maat - Kennelijk speelde men soms beter als duo
Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit. Tekstverklaringen: Annette Klinkert, Dirk Spijker