Hendrik Tavenier, Kalkovens bij Hillegom. 2e helft 18e-eeuw

Kalkovens bij Hillegom met op de voorgrond kolfspelers door Hendrik Tavenier (1744-1807) uit Haarlem.

Tekening op papier met penseel en pen in grijs. 192 x 267 mm. Opschrift: d kalkovens. De tekening is gemaakt vanaf de 'Kalkbrug' over de Hillegommer Beek. Links is de steenloods met afdak te zien. In 1724 woonde de weduwe van Gerrit Cornelisz. Grama (zij was 'kalkbrandster') in het huis (geheel rechts) annex het aangebouwde turfhuis en de wagenschuur. In het midden zijn de twee kalkovens te zien waar aan het boveneinde de schelpen gemengd met turf werden ingebracht. Meer naar achteren stonden nog twee kleinere kalkovens. Achter het huis en de kalkovens liep parallel met de Beek nog de ‘’Kalksloot’’ met korte dwarssloten tussen de ovens, die eveneens uitkwam op de Leidse Vaart. Boven het dak van de loods ziet men nog net de top van de mast van een schip, dat turf aanbrengt en de kalk afvoert. Rechts achter het huis ligt ook een schuit. Een man sjouwt over een oplopende steiger een vracht turf van het schip naar de oven. De linker steiger diende voor de aanvoer van schelpen met paard-en-wagen. De zee was niet ver weg en zo zal de naam ‘’schulpepad’’ zijn ontstaan. Dat pad liep vrijwel rechtdoor van de Beeklaan naar het strand. De Zilker schelpenvissers brachten de schelpen met hun driewielige karren naar de ovens. De ‘’vissers’’ moesten zelf voor kar en paard zorgen en kregen 18 stuivers voor een volle kar. Misschien vervoerde vrachtrijder Antonius Schrama ook wel vracht van en naar de ovens. Tot circa 1885 zijn deze kalkovens in gebruik geweest.

Op de tekening is men rechts op de voorgrond bezig met het kolfspel. Het lijkt echter geen echte kolfbaan, de mannen waren een beetje aan het oefenen of het is een 'dichterlijke vrijheid’ van de tekenaar.

Rijksmuseum, Amsterdam (objectnummer RP-T-1921-218). Legaat uit 1921 van de heer J.G. de Groot Jamin, Amsterdam

Bron: Do Smit