H.C. Mêgert, Het Nijmeegse Raadsel of het Gecompliceerde Huwelijk. 1690-1710

Het Nijmeegse Raadsel of het Gecompliceerde Huwelijk, afbeelding gebaseerd op een in 1619 voltrokken huwelijk.

Het Raadsel Hangende in een schildery tot Nymegen op het stadhuys (titel op object)

Schilderij hangende op het raadhuis van Nijmegen met een familieportret met ingewikkelde relaties afkomstig uit een huwelijk aldaar gesloten in 1619. Met vier verzen en de uitleg van de raadsel op het blad onder de voorstelling (zie volledige afbeelding in hoge resolutie).

Werk van H.C. Mêgert (vermeld op object)

Tekst boven de afbeelding:

Het Raadsel

Hangende in een Schilderij tot Nijmegen op het Stadhuijs; Verbeelt een jonge / Vrouw hebbende een Out man leggen in haar Schoot waar neffens staan zijn Ses Zoonen; te Weten, twee in het Root / twee in het Groen, en twee in het Wit.

Vier teksten onder de afbeelding:

De Vrouw van den Ouden Man Spreekt

Merkt wel en Ziet op dit verklaaren mijn,

De twee in ’t Root mijn Vaders broeders zijn

De twee in ’t Groen zijn mijn Moeders Broeders

De twee in ’t Wit zijn mijn kinders en ik Moeder

heb van deze Zes den Vader tot mijn Man

Dat Maagschaps Graat mij niet beletten kan

De twee Soonen in ’t Root Seggen

Het waar ons leet zoo ’t waer achter gebleven

Dat onze Nicht waar onse Vader gegeven

Want zij is niet ons Vaders Nicht

’t welk niemant zal geraaden licht

De twee in ’t Groen Seggen

Het is wonder te merken in deser Figuren

Want hij is onze Vader in der Naturen

Ende heeft onse Nicht getrouwt

’t Welk ons nochtans niet en berouwt

De twee in ’t Wit seggen

Onzer aller Vader is den Oude Man

Onzer tweër Moeder is de juffrouw dan

Maar Secht ons, hoe het doch kan komen

Dat ons Broeders zijn ons Moeders Oomen.

Uitleg van het raadsel (helemaal onderaan):

De uijtlegging van het Raadsel

Huijbert den Ouden Man trouwt voor zijn eerste Vrouw Anna een Weduwe, hebbende een Voorsoon genaamt / Gijsbert, en teelt bij haar zijn twee Sonen in het Root, Adam en Avent; dese Vrouw gestorve zijnde, trouwt voor zijn tweede / Vrouw weder een Weduwe genaamt Beel, die een Voor Dogter had genaamt Jacomijn, en krijgt bij haar de twee Soo / nen in het Groen Bartel en Barent. Ondertusschen trouwt de Voorsoon van de eerste Vrouw met de Voordochter / van de tweede Vrouw, die gesamentlijk een Dochter procureërem; genaamt Charlotte, die naarderhand word de / derde Vrouw van den Ouden Man; bij de welke hij genereert zijn twee jonchste Soonen in het Wit, / genaamt Casper en Coenraat.

H.C. Mêgert

Penseel in kleuren en pen in bruin op papier. 454 x 318 mm.

Rijksmuseum (RP-T-00-3655). Verworven in 1881.

Bron: Do Smit