Gevelsteen. 1561

Gevelsteen met spelende kinderen aan de voorzijde van het weeshuis in de Grote Kerkstraat 23 te Edam.

De gevelsteen is daar aangebracht tijdens de bouw van het weeshuis in 1561. Opdrachtgever was de priester Mathjis Mathijsz. Tynx. De steen is voor die tijd zeer modern vormgegeven, namelijk volgens de laatste mode van de Renaissance. De steen lijkt dan ook op een Romeinse tempel waarin kinderen spelen.

Je zou bijna gaan denken dat de weeskinderen vrolijk spelend hun tijd doorbrachten, maar schijn bedriegt ook hier want zo vrolijk was het leven van deze gestigmatiseerde kinderen in die tijd niet. Weeskinderen droegen in die tijd kleding in voorgeschreven kleuren en in Edam was dat in de kleuren rood en zwart.

Rechts van het midden op de voorgrond wordt gecolfd naar een paaltje. Links van het midden zijn jongens aan het beugelen, waarbij een grote en zware houten bal door een ijzeren draaibare ring of beugel gespeeld moet worden. Sommige jongens hebben petten op en broeken aan, maar anderen weer niet. Links van deze jongens zijn meisjes op de stoep van het huis aan het bikkelen met vier schapenkootjes (sprongbeen) en een balletje. Het voorste meisje speelt op haar bloten voeten. Rechts achter de colvende (of kolvende) jongens is een jongen aan het hoepelen, maar dit is alleen van zeer dichtbij te zien. Boven in het midden zijn twee jongens waarschijnlijk aan het vechten en daarachter staat een jongen of een meisje te gebaren dat ze op moeten houden. Links van de vechtende jongens staat een jongen gebogen tegen een ander aan. Dit kan stavast zijn of handjeplak. Verder zien we een groot gebouw en vier huizen met een overhangend bladerdak. Klik op de regel onder de afbeelding voor een weergave van de gehele gevelsteen.

Tekst grotendeels van Peter Sluisman.

Bron: Dirk Spijker.