Drie liederen. 1898

Wien kolversbloed door d'ad'ren vloeit.

Wijze: Wien Neêrlandsch bloed.


Wien kolversbloed door d'ad'ren vloeit,

Van vreemde smetten vrij;

Wiens hart voor 't edel kolfspel gloeit,

Verheff' den zang als wij.

Hij geve luid zijn vreugde lucht

En jubelt op dit feest.

Hij zij voor d'uitslag niet beducht,

Zijn club staat vast het meest. (bis)


Hebt gij de juichkreet reeds gehoord.

Wijze: de Boeren van Transvaal.


Hebt gij de juichkreet reeds gehoord

Van 't kolffeest aan de Zaan?

Waar tal van kolvers rap en flink

Een reeks van twaalven slaan.

De Koog en Alkmaar, Zuid-Scharwoû,

Haarlem en Hugowaard

En nog veel and'ren zijn er bij

De besten van deez' aard.

De flinksten zullen 't overwinnen.

Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera!

De flinksten zullen 't overwinnen.

Hiep, hiep, hoera! Hiep, hiep, hoera!


Het is voorbij.

Wijze: Iö vivat.


Het is voorbij! Het is voorbij!

De strijd is nu beslist.

De overwinnaar heeft de eer,

Medailles en ook nog wat meer.

Het is voorbij! Het is voorbij!

De strijd is nu beslist.


Wij loven hem! Wij loven hem,

Die overwinnaar werd!

Nu stijgt er op een blij gejuich,

Dat van ons aller vreugd getuigt.

Wij loven hem! Wij loven hem,

Die overwinnaar werd.


R.


Bron: Stadsarchief Amsterdam, inventaris M.D. Kalker, Do Smit


Download

Volledige tekst in oorspronkelijke uitvoering (zie bijlage; pdf, 10.9 MB)