De kolfbaan
Van lieverlede werden aan de kolfbanen hogere eisen gesteld. Niet alleen om er beter op te kunnen kolven, maar ook het comfort van de spelers en toeschouwers vroeg en kreeg meer aandacht. Steeds vaker werden de banen als een half open loods overdekt, of kwamen geheel binnenshuis te liggen. De lemen of houten vloer werd op de duur verdrongen door cement.
Vanzelfsprekend waren de herbergiers er snel bij om een kolfbaan bij hun herberg aan te leggen. De spelers bleven zo immers weer dicht bij hun lokaal.
Het aantal kolfbanen was imponerend. In een anonieme 'Verhandeling over de oorsprong van het kolven', te Amsterdam in 1769 verschenen en in 1792 herdrukt, onder het motto 'Concorde nous guide' (= Ons leidt eendrachtigheid, vergl. Eendracht maakt macht) werden in Amsterdam 50 gelegenheden met 76 kolfbanen opgesomd en nog eens 136 banen buiten de poorten. Het kleine Buiksloot had er maar liefst zes. Leiden telde er 46, waarvaner zeker 10 overdekt waren en Rotterdam bezat 53 banen, alle overdekt. Utrecht had binnen en buiten de singels 21 banen, waarvan 10 overdekt. Van deze Utrechtse banen bestaat er nog één: de ook oorspronkelijk overdekte kolfbaan van het St. Eloyen Gasthuis (sinds 1644, maar in 1883 herbouwd; zie de afbeelding hiernaast).