Colf in Oud- en Middelnederlandse teksten
Het fenomeen 'Colf' komt in oude teksten voor in verschillende schrijfuitingen. Naast de bekende uitingen als 'Colf', 'Kolf', 'Culuen', 'Koluen' (bij Van Maerlant) en zelfs Colffven (in een keur uit 1581 uit Schiedam) wordt daarnaast veel gesproken in algemene termen als 'balslaen', 'sollen metter colve' of 'tsollen'.
Plaatselijke overheden hadden er belang bij om hun verboden te formuleren in algemene termen, zodat niet alleen het colven aangepakt zou kunnen worden, maar ook het 'caetsen', 'kloten', beugelen, kegelen en 'klossen'. Het zal duidelijk zijn dat deze variëteit in woordgebruik leidt tot interpretatieproblemen bij het lezen van de -veelal juridische- teksten in plakkaten, ordonnantiën en keuren.
Verschillende sporten worden aangeduid met de term 'balslaen' en dat is bij gebrek aan kennis van andere slagspelen met een bal vaak als 'colf' geïnterpreteerd. Oók in gevallen waar het om kaatsen, kloten, klossen, beugelen, kegelen of een van de door velen beoefende versies van slag- of honkbal gaat. Helaas ontbreken veelal details om te bepalen welk spel precies werd bedoeld, omdat de opstellers van de keuren juist proberen om zo algemeen mogelijk te formuleren. Als in een keur het spelen wordt verboden 'met colven, paletten, batoiren, raketten of andere stocken of instrumenten' heeft men duidelijk voor ogen zoveel mogelijk hinderlijke spelen in één verbod te vangen.
Het lijkt ook of de termen voor de verschillende spelen in de loop van de eeuwen in teksten steeds meer door elkaar worden gebruikt. Steeds vaker komen korte, algemene varianten zoals 'ballen', 'balslaen' of 'balwerpen' voor. Mogelijk nodigde het schrijven van de zóveelste keur om dat hinderlijke gespeel in te perken, uit tot formuleringen als: 'caetsen, colffven, balslaen ende schyeten van de cloot ofte worpen mit steenen ende gelycke ongeregeltheden'.
Annemarieke Willemsen in 'Caetsen ofte colffven':
Bovenal wordt duidelijk dat een spel als colf (maar dit geldt ook voor kaatsen) overal en door iedereen kon worden gespeeld: door kinderen en volwassenen, nonnen en lichtekooien, 'beede gheestelike en weerlike lieden', straatschuimende schilders en kranige keizers; om het even op een schip, bij een kasteel, op de Hof van Amersfoort, op het kerhof van Schiedam, op de befaamde (eed-van-de) kaatsbaan op het Louvre en op de bevroren Leidse stadssingels. Geen wonder dat het middeleeuwse gespeel niet in de hand te houden was.
Onderzoek naar de etymologie van Colf (met name de schrijfvorm Coluen) en Choule heeft niet tot een vergelijkbare herkomst geleid (bron: Nicoline van der Sijs). De stelling dat Choule (eigenlijk: Jeu de crosse) de 'vader' is van Colf staat hierdoor wel onder druk. Zeker niet uitgesloten is dat Choule en Colf zich zelfstandig aan weerszijden van de taalgrens hebben ontwikkeld.
Hier tegenover staat de mening van Robin Bargmann, die stelt dat de uitdrukkingen 'souler à la crosse' en 'tsollen metten colve' hetzelfde stok-met-bal-spel vertegenwoordigen in het Frans en het Vlaams. Hij verdedigt dit met de stelling dat beide talen destijds in Vlaanderen gesproken werden.
Het woord 'kolf' (en de varianten hierop) kent vele betekenissen. In de studie naar de oorsprong van het kolfspel is de volgende betekenis, afkomstig uit onze zuidelijke tongvallen, wel relevant: 'besloten gezelschap' of 'sociëteit' (Middelnederlands woordenboek, met dank aan Ingrid Biesheuvel). Hier dringt zich de vergelijking op met het Engelse woord 'club' dat eveneens de betekenis heeft van slaghout (verzwaarde stok) en van besloten gezelschap. Kan dit toeval zijn...?
Het thans gehanteerde onderscheid tussen colf voor het lange baan-spel en kolf voor het plaatsgebonden spel met palen, is in het leven geroepen door 20e eeuwse sporthistorici die om begrijpelijke redenen een idiomatisch onderscheid wilden tussen beide speltypes. In de oorspronkelijke Middelnederlandse en latere geschriften wordt dit spellingsonderscheid dus niet gemaakt.
Bron: Annemarieke Willemsen (in 'Caetsen ofte colffven, 1996), Do Smit