A.B.C. Lied. 1908

A B C lied

A Dat is Alkmaar, waar het feest wordt gevierd.
Het wordt door de dames der kolvers versierd.

B Is de bal van gum en sajet.
De spelers van beiden houden van de pret.

C Dat is Cees, de presis van 'Recht door';
Hij is regelaar van 't spelen en op vergadering zit hij voor.

D Dat is Dirk, ons buitengewoon lid.
Wij zijn allen erg blij, dat hij weer bij ons zit.

E Zijn de eere-leden en de eere president;
Wij zien ze anders weinig, maar nu zijn zij present.

F Dat is Frank, de man van het geld,
Zijn werk wordt door de leden op hoogen prijs gesteld.

G Dat is Govers, de held van het spel,
Al ligt hij bij de paal, hij mist hem toch nog wel.

H Dat is Harp, de nestor van het feest,
Vanaf den beginne, is hij lid geweest.

I Is het Insigne, waar wij allen trotsch op zijn:
Het zijn twee zilveren kolven en een balletje zeer klein.

J Dat is Jan en Swaag is zijn naam,
Met hem in 't bestuur, zal de Club nog lang bestaan.

K Dat is Kalker, onz' Donateur uit Amsterdam,
't Is juist 10 jaar geleden, dat hij bij ons kwam.

L Is de Lof, de twee Dames toegebracht,
Ze hebben eer van hun werk, 't is werkelijk een pracht.

M Zijn de medailles, pronkend op onz' Vaan,
Wij willen eerlijk bekennen, dat zij er mooi op staan.

N Is de 'Nachtegaal', met Hermand aan het hoofd;
Waar het edele kolfspel nooit wordt uitgedoofd.

O Is Jan Otter, een goed en ijverig lid,
Die meer in zijn zaakje, dan in de kolfbaan zit.

P Is de prijs, waar vandaag om is gestreên,
't Is om den 1en toch te doen, al hebben wij er allen een.

Q Is de Quibus, die het kolfspel veracht.
Wij beoefenaars van het spel, wij noemen 't een pracht.

R Dat is Reitsma, ons' allerjongste lid,
Dat wij spoedig mogen zien, wat er als kolver in hem zit.

S Dat is Simon en Bregman is zijn van,
Die in het bestuur niet gemist worden kan.

T Is de Twaalf, het hoogst wat men kan slaan,
Het mooiste dan nog is, recht door de baan te gaan.

U Zijn de uren aan het kolfspel besteed,
Als je er Dinsdags niet geen gaat, het doet de dames leed.

V Is het Vaandel, door de Dames ons vereerd,
Zij hadden gevoeld, wat de Club had begeerd.

W Is de wensch, dat ze er plezier van mogen zien,
Waarvoor nu alle leden hun besten dank aanbiên.

X Is het Kruis, wat de poedel aanduidt,
De allerbeste kolver, die blijft er niet uit.

Y Is de IJver, waar deez' mop mee is gedicht,
Kolven doe ik liever, want dit valt mij niet ligt,

Z Is de Zin, die bij dit fuiven noodig is,
Wij blijven nog wat drinken, totdat er niet meer is.

J.H.


Download

Volledige tekst in oorspronkelijke uitvoering (zie bijlage; pdf, 20.6 MB)