Geassocieerden

Geschiedenis:

De positie van geassocieerden binnen de Nederlandse Golf Federatie (NGF) is in de loop van de tijd duidelijk geëvolueerd. In de eerste statuten van het Nederlandsch Golf Comité uit 1942 bestond nog geen tussencategorie: men kende uitsluitend gewone leden, buitengewone leden en ereleden. Een aparte status voor organisaties die (nog) niet aan de eisen voldeden, ontbrak.

In de statuten van 1963 en 1973 verschijnt voor het eerst een voorlopige vorm in de gedaante van aangeslotenen. Dit konden natuurlijke personen of organisaties zijn die niet volledig voldeden aan de lidmaatschapseisen. Zij hadden geen stemrecht; hun rechten en verplichtingen werden bij toelating afzonderlijk vastgesteld. Daarmee werd voor het eerst ruimte gecreëerd voor een geleidelijke toetreding tot de federatie.

In 1984 werd deze tussenpositie verder geformaliseerd met de introductie van geassocieerden. Dit waren rechtspersonen die erop gericht waren op termijn een vereniging te vormen die lid zou worden van de NGF. De toelating geschiedde voortaan door het bestuur, dat beoordeelde of sprake was van een reëel ontwikkelperspectief. Na toelating volgde publicatie in het officiële orgaan. Geassocieerden betaalden een vaste jaarlijkse bijdrage en hadden geen stemrecht (op een korte periode begin jaren '90 na).

In de jaren negentig werd het geassocieerd lidmaatschap tijdelijk aangescherpt, onder meer door eisen te stellen aan de omvang en organisatie van kandidaatverenigingen. In de statuten van 2000 en 2008 wordt het systeem opnieuw heringericht: naast leden kent men geassocieerden en organisaties. Geassocieerden kunnen, indien het bestuur dat toestaat, vergaderingen bijwonen en het woord voeren, maar blijven uitgesloten van formele besluitvorming.

Een constante factor in deze ontwikkeling is de rol van toetsing en begeleiding. Het bestuur kon steeds personen of commissies aanwijzen om te beoordelen of aan de vereisten werd voldaan. Daarnaast speelde bij kandidaat-leden een begeleidings- of beoordelingscommissie een belangrijke rol. Deze ondersteunde de aspirant-organisatie, volgde de ontwikkeling en bracht verslag uit, dat deel uitmaakte van het toelatingsdossier.


Zie ook:

Index begrippen